
De schaduw
Van de man
Die in het meer
Keek
Bleef onvindbaar
In de rimpeling
Van het water
Turend
En volhardend
Zochten zijn ogen
Naar een fatamorgana
Van verlangen
Het tafereel vertolkte
Een symbiose
Van mens
En water
Hij zakte
Verder weg
In de wens
Om één keer
Zichzelf te zien
Daar!
Wees hij
Tegen niemand
Zijn vinger
Trilde
Van opwinding
In het nu bijna
Stilstaande water
Weigerde ook zijn zelf
Aan hem te openbaren
Met een zucht
Verdween hij
In de achtergrond
