
Met een ferme schop
Controleer ik
Het aangespoelde wrakhout.
Ik zoek naar tegenwerking,
gehard door de zee.
Achteloos achtergelaten,
op deze eindeloze vlakte,
jutten wij onze zakken vol.
Wat rot is, blijft hier
als pulp.
Wij raken de wereld aan,
bij iedere vondst.
Jouw blik geeft waarde,
aan dode objecten.
Want in de handen van de kunstenaar,
vindt de vorm zichzelf.
Een hond en zijn baasje,
Liggen daar plots.
Ik zie ze lopen op de vlakte.
De zee luistert op de achtergrond,
naar ons verhaal.
Straks veegt hij deze vindplaats
weer schoon.
