
Gezien en ongezien vult de lege ruimte zich met druk achter mij.
Mijn lichaam botst tegen de golven van het moeten.
De richting is al gekozen:
Vooruit, snel, productief.
Ik probeer te remmen, geef tegengas.
De g-force verdrukt mij.
Ik hoor getoeter van auto’s, politici, burgers, mijzelf.
Over plaatsmaken,
Doordoen,
Bijdragen,
Niet zeuren!
Verdwaasd zoek ik naar de pechstrook om te ontsnappen aan de druk.
Een rood kruis verspert mijn weg.
Ik vervolg op de rechterbaan
Hier voel ik mij thuis in traagheid
Aan het stoplicht zie ik de druk terug, opgewonden claxonerend
